Er bestaat geen universele dosering, omdat het resultaat afhangt van het watervolume, de beginwaarde van de koolstofhardheid en de intensiteit van de nitrificatie. De enige betrouwbare methode is werken met zeer kleine hoeveelheden: los het poeder op in een emmer water uit het systeem, voeg het langzaam toe op een plek met goede doorstroming en meet na vierentwintig uur opnieuw. Een stijging van ongeveer twee tienden pH-eenheid per dag is een verantwoord tempo, ruim voldoende voor een levend systeem.
Een tweede aandachtspunt: leg niet alles bij kalium. Aquaponische ontwerphandboeken beschrijven een afwisselende basiscorrectie, waarbij kaliumhydroxide en calciumhydroxide in vergelijkbare hoeveelheden meerdere keren per week worden toegevoegd om de pH rond 7,0 te houden in professionele installaties. Op thuisschaal geldt dezelfde logica. Door een kaliumhoudende en een calciumhoudende bron af te wisselen, voorkomt u dat het systeem verzadigd raakt met één enkel kation, en dekt u tegelijkertijd twee voedingsbehoeften van de planten.
De klassieke fout is eenmalig ruim corrigeren en er daarna niet meer aan denken. Een productief systeem verbruikt zijn buffer voortdurend, dus één abrupte correctie verschuift het probleem alleen maar, met als bonus een pH-schok voor de vissen. Liever een kleine, regelmatige wekelijkse toevoeging die u noteert in een logboek, dan een zware ingreep om de twee maanden.