Het is belangrijk om goed te begrijpen wat een UV-lamp werkelijk aanpakt. Het vernietigt wat langs de lamp passeert en dat levend en vrij in het water is: in de eerste plaats zweefalggen die verantwoordelijk zijn voor groen water. Bij hardnekkig groen water dat goed blootgesteld is aan de zon, is het effect spectaculair binnen enkele dagen.
Een UV-lamp verwijdert echter geen zwevende deeltjes. Bij bruin troebel water vol fijne zwevende stoffen verandert hij niets, en bij een bacterieel aanloopwaas werkt hij zelfs tegen u, omdat hij de kolonisatie vertraagt die uw biofilter nodig heeft. Hij kan ook bepaalde ijzerchelaten afbreken, wat zich later wreekt als chlorose op jonge bladeren — een effect om rekening mee te houden als u ijzer bijdosert.
De juiste aanpak is dan ook: ga eerst de mechanische oorzaak te lijf met een schoon voorfilter en, als de ruimte het toelaat, een correct gedimensioneerde bezinker. Handboeken over recirculerende aquacultuur houden een verblijftijd van ongeveer een kwartier tot een halfuur in een bezinker aan om bezinkbare vaste stoffen af te vangen. De UV-lamp komt pas daarna, als afwerking bij een vastgesteld alggenprobleem — nooit als eerste reflex.